Column Tim Sikkema: C’est pas vrai! We spreken amper nog Frans of Duits

18 augustus 2023

Leestijd: ca. 4 minuten

Auteur: Tim Sikkema

Nederlanders hebben van oudsher een talenknobbel, maar dat wordt steeds meer een mythe in plaats van werkelijkheid. Hoewel onze kennis van de Engelse taal de afgelopen halve eeuw aanzienlijk is verbeterd, is er van onze kennis van Frans en Duits bijna niets meer over. Weinig Nederlanders zijn nog in staat een fatsoenlijk gesprek in een van deze twee talen te voeren. Ook bij JOVD-evenementen moet een Duitse spreker Engels gaan praten om zich verstaanbaar te maken. Hoewel Engels doorgaans de internationale lingua franca is, wordt dit nergens op het Europees continent als moedertaal gesproken. Het is hoog tijd om onze kennis van het Frans en Duits weer bij te spijkeren

Van oudsher spreken Nederlanders aanzienlijk meer vreemde talen dan de gemiddelde Europeaan. We zijn een relatief klein land en leren daarom de talen van de grote buren om ons verstaanbaar te maken. Dit zien we ook in het feit dat we vrijwel niets nasynchroniseren en altijd ondertiteling toevoegen. Op school behoren drie talen al sinds jaar en dag tot het curriculum: Frans, Duits en Engels. Van die laatste is onze kennis de laatste decennia enorm toegenomen. Eigenlijk spreekt iedereen in Nederland Engels. Dit hoeft niet ten koste te gaan van Frans en Duits, maar in die situatie zitten we nog wel. We spreken amper nog Frans en Duits. Als we in Frankrijk zijn, verwachten we zelfs van Fransen dat ze Engels leren.

Als we in Frankrijk zijn, verwachten we zelfs van Fransen dat ze Engels leren.

Hoewel onze uitstekende kennis van de Engelse taal ons veel brengt, valt er ook veel te winnen met Duits en Frans. Die eerste lijkt trouwens zo sterk op Nederlands dat de drempel om het te leren al erg laag is. Bovendien heeft Nederland enorm veel economische interactie met Duitstalige en Franstalige landen. Met alleen Duitsland handelt Nederland al meer dan met de gehele Anglofone wereld bij elkaar. Ook de Francofone wereld doet hier niet veel voor onder. We zijn het meest verweven met onze nabije buren op het continent. Aangezien nergens op het Europees continent Engels de moedertaal is, ben je vanuit Nederland veel sneller in Frans- of Duitstalig gebied.

Met alleen Duitsland handelt Nederland al meer dan met de gehele Anglofone wereld bij elkaar.

Waarom moeten we dan die vreemde talen leren als steeds meer mensen, zelfs Fransen, Engels leren? Het is een stereotype dat Fransen beledigd zijn als je geen Frans kan. Hier zit echter wel een algemene kern van waarheid in. Het wordt altijd meer gewaardeerd om de landstaal dan Engels te spreken. Denken we dan misschien dat wij Nederlanders dit niet hebben? Stel je maar eens voor dat je bij een JOVD-evenement bent en er is één iemand die al jaren in Nederland woont, maar nog geen woord Nederlands kent. Nu moet iedereen ineens gaan overschakelen naar een vreemde taal. Ook hier wordt het dan meer gewaardeerd als men op zijn minst probeert onze taal te spreken.

Ook hier wordt het dan meer gewaardeerd als men op zijn minst probeert onze taal te spreken.

Engels mag dan een lingua franca zijn, het is hierin niet de enige. Het Frans neemt vaak ook een prominente rol in. Bij vrijwel alle belangrijke internationale organisaties wordt er ook in het Frans gecommuniceerd. Deze taal neemt hier zelfs de tweede plaats in als meest gesproken taal. Dat is niet zonder reden. Frans wordt op vijf continenten gesproken en is daarmee echt een wereldtaal. Ten slotte helpt Frans ook om andere talen beter te begrijpen, niet in de laatste plaats Engels. Een derde van alle Engelse woorden heeft een Franse herkomst. Ook bijvoorbeeld Spaans (nog zo’n wereldtaal!) en Italiaans zijn aanzienlijk makkelijker te leren met beheersing van het Frans.

Bij vrijwel alle belangrijke internationale organisaties wordt er ook in het Frans gecommuniceerd.

Natuurlijk moeten we Frans en Duits niet gaan leren ten koste van de Engelse taal. Laten we onze exceptionele kennis van het Engels koesteren. Duits en Frans vullen de talenkennis echter goed aan. Nu zal in dit opiniestuk geen beleidsnota worden uitgerold met concrete plannen en doelstellingen, maar een paar ideeën zijn wel noemenswaardig. Op veel plekken waar de informatievoorziening in het Nederlands en Engels voorziet moeten Duits en Frans worden toegevoegd. Op het treinstation van Schiphol wordt bijvoorbeeld al jaren in vier talen omgeroepen dat men de koffers niet unbeaufsichtigt achter moet laten.

Daarnaast moet Nederland waarnemend lid worden van de Organisation Internationale de la Francophonie, welke wereldwijd de Franse taal promoot. In het onderwijs moet er ook vernieuwing komen. Veel studies worden nu in het Engels aangeboden. Waarom niet in het Frans en Duits? Vergeet niet dat een relatieve meerderheid van de buitenlandse studenten uit Duitstalig gebied komt. Ten slotte, valt er nog een slag te maken in het voortgezet onderwijs, waar deze talen al geleerd worden. Bij het leren van een vreemde taal is de voertaal nog Nederlands, terwijl men juist zou moeten communiceren in de te leren taal.

Het is hoog tijd om onze kennis van het Frans en Duits weer op peil te brengen. We worden weleens het zeventiende Bundesland van Duitsland genoemd, maar slechts weinigen kunnen zich nog verstaanbaar maken in de bijbehorende taal die toch sprekend op de onze lijkt. Over Frans hoeven we het al helemaal niet meer te hebben. Toch kunnen deze talen naast het Engels net wat meer deuren openen. Verreweg onze meeste internationale activiteit is met onze buren en daar helpt het om de landstaal te spreken. We moeten gewoon weer fatsoenlijk Frans en Duits leren spreken. C’est ça!

Author

Leave a Comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *