De VVD (wat dat ook moge zijn) doet ‘t best goed

7 juli 2023

Leestijd: ca. 6 minuten

Auteur: Sara Ordeman

Oef, ‘t is niet best gesteld met moeders, althans, dat is de populaire observatie. Te veel coalitie-afstomping, te veel CDA-ruggengraat, te links, te conservatief, te weinig liberaal, te visieloos, te Rutte, te bitterbal. ‘t Wordt heet binnen de gelederen; staan we aan de vooravond van de letterlijke en figuurlijke overgang? ‘Waar staat de VVD nog voor!?’, ‘Het is een groot Rutte-fuifje geworden, draaikonten!’, ‘Mogen we alsjeblieft weer even kijken naar waarom de VVD überhaupt is opgericht?!!’ Zeker, en dat zullen we nu ook gaan doen. Want iedereen die de ontstaansgeschiedenis van de VVD erbij haalt, weet dat ze prima op koers liggen en dat de JOVD eigenlijk, op wat moties indienen op een congres na om ze te laten schrikken van het liberalisme, best wat minder ontevreden mag zijn op ‘t moesje. Een grote hervorming is niet mogelijk. 

Een kijkje in de kraamkamer

Wellicht krijgt u een beeld bij het ontstaan van de VVD van groot, begeesterd denkers die als revolutionaire liberalen na de oorlog de partij oprichtten en ons zodoende de eerste lichtstralen van een weer open samenleving lieten zien. Dat doet geromantiseerd aan, eens porren in de archieven. De liberalen waren historisch laat met het vormen van echte organisaties – en toen er eentje kwam, de VDB, was het uitgangspunt minder confessionele politiek, meer sociale wetgeving en vergaande overheidsbemoeienis op het terrein van onderwijs en vaak ook economie. Een conservatieve tegenhanger daarvan werd de LSP die nationalistisch en koningsgezind was ingesteld en dacht dat Nederland na Thorbecke politiek ‘af’ was. Laissez-faire werd voor hen het magische woord. De VDB fuseerde uiteindelijk met andere partijtjes en geboren was de PvdA. En door deze geboorte, komt Pieter Oud in zicht; de VDB’er die na flinke weifeling toch maar besloot in te stemmen met de fusie. 

Toch werd het stoffige conservatisme van de LSP, de jonge LSP’ers teveel. Er moest nieuw leven ingeblazen worden. Ze kozen een snelle, pragmatisch ingestelde meneer uit het zakenleven die gehoor gaf aan de naam Dirk Stikker, destijds directeur van Heineken. Hij veranderde de LSP in de Partij van de Vrijheid (PvdV), maar bleek niet de snelle jongen te zijn waar de LSP op gehoopt had – het bleef in het straatbeeld diezelfde stoffige LSP. Ondertussen vond Oud het wel welletjes bij de PvdA. Hij besloot zijn eigen comité op te richten: Comité ter voorbereiding van een Democratische Volkspartij, aka Comité-Oud. De PvdV liep niet en Stikker kon de kar niet trekken. Hij zag een uitweg van zijn functie als leider in de ambitieuze Oud. Na wat geritsel nam de oud-VDB’er dan toch maar met tegenzin de PvdV – met de pragmatische voetafdrukken van Stikker – mee in zijn eigen comité. Maar men moest voortmaken, want de verkiezingen waren al over twee weken. Op 24 januari 1948 was het dan zo ver, op het partijcongres werd onder andere besloten dat: ‘nutsbedrijven in overheidshanden moeten vallen en we een volkspartij moeten gaan heten.’ Weerstand onder de PvdV’ers, want een volkspartij impliceert uiteraard vies zweterige arbeidershandjes, en nutsbedrijven in overheidshanden laten vallen is uit den boze. Helaas, vond Oud, take it or leave it, ik heb ook zoveel van de PvdV moeten slikken.

En zo is zonder enige samenspraak de geboorte van de VVD afgehamerd, op naar de bitterballen.

De begeesterde, grote liberale denkers? Meer zakelijk handjeklap. 

De VVD, wat moet je ermee? 

En dan krijg je een volkspartij die, sterker dan een ideologisch gefundeerde partij, op de persoon leunt. Waar Oud eerst een volkspartij wilde oprichten met het nationaal belang dienen als motivatie, leek het in dit geval meer te zijn gedaan om verschillen overbrugbaar te doen lijken. Want ja, Pieter Oud zag de bui natuurlijk al hangen; ik heb ook nog een intellectueel apathische kliek van Stikker in mijn nek hijgen.

Het is gefundeerd op schijn, niets dus

Ah ja Wiegel, mooie vent, ja nacht van Wiegel. Oh Voorhoeve, wa’s dat nou? Ah Rutte, ja goeie peer. Houd het stemgedrag maar naast de anekdote en beslis zelf. Kennen we Harm van Riel nog? Dat buitenbeentje van een VVD’er, de enige die Oud wel kon weerstaan. Van Riel over de VVD onder Pieter Oud: ‘In de VVD draait het altijd om personen, dat wil ik wel even benadrukken.’ En zijn ze veel veranderd? God Save The Queen werd nog net niet afgespeeld toen Edith Schippers na de bekendmaking van haar verkiesbaarheid voor de Eerste Kamer weer eens de zaal binnentrad voor een VVD-congres. Gênant voor je hardwerkende huidig fractievoorzitter die nog net een omdat-het-hoort-applausje kreeg. ‘Mijnheer de voorzitter,’ zei een VVD-bestuurslid eens tegen Oud, ‘ik zit hier toch niet om ja en amen te zeggen?’ ‘Zeker niet’, reageerde Oud. ‘Ja is voldoende, amen houdt de vergadering op.’ Oud is vijftien jaar lang de leider van de VVD geweest, vijf jaar later overleed hij; oftewel, Rutte is net snuffelstage-af.

De VVD is de renderende, werkende Nederlander. Die van ‘bammetje met kaas, hup de auto in naar werk, talkshow aan, och, het is toch wat, en slaapt’. We zijn niet voor niets zo’n sterke economie. Dat is echt niet omdat we zo’n groot ingenieus denkend landje zijn, we zitten gewoon vol met werknemers van de maand, en die pakken dingen op de kortetermijnpragmatistische manier aan. Snatertjes toe en doorstomen maar, tot ze geconfronteerd worden met een geëmergeerd probleem als resultaat van hun eigen kortetermijnpragmatisme. Het bammetje met kaas wordt opeens problematisch, m’n auto naar werk wordt staande gehouden door Extinction Rebellion en de gastheer aan de talkshowtafel is opeens een racist, seksist of tiran; wat gebeurt er nu in mijn wereld? De werknemer van de maand ziet z’n wereld kapotgemaakt worden en ziet door de kortetermijnpragmatisch geplante bomen het bos niet meer.

Het liberalisme te progressief voor de welgesteld-volk-opvang

De VVD is dus de volkspartij met een vleugje bij elkaar geruzied liberalisme die deze mensen in deze al te snelle tijden, zoals een volkspartij hoort te doen, kan opvangen: wij erkennen dat het snel gaat, wij weten het ook allemaal niet precies, maar boeien, we zijn degelijk en een natie, gezellig. Een liberale volkspartij, wie verzint het? Alsof merendeel van het volk weet wat liberaal is en zich daar proactief voor wil inzetten. Het vergt immers een aanzienlijke maatschappelijke analyse, het breken met en opbouwen van conventies en constante adaptatie. ‘t Liberalisme is geen wolkje wat boven de maatschappij hangt en te plakken is op situaties naar wens, zonder de inachtneming van maatschappelijke ontwikkelingen; het sociaal contract ontleent juist zijn bestaan aan de alsmaar veranderende samenleving. Het enige wolkerige aan het liberalisme zijn de natuurlijke rechten, gnostisch of agnostisch aangenomen. De instandhouding van de balans van die rechten is de maatschappelijke analyse; en die skippen veel welgestelde ‘liberalen’ liever. Het liberalisme is helemaal niet: wij erkennen dat het snel gaat, wij weten het ook allemaal niet precies. Neen, liberalen denken het juist beter te weten en zijn proactief. Kijk eens wat de huidig fractievoorzitter op 23 januari in Op1 zei: “Het hoort bij het liberalisme dat je de flexibiliteit en de wendbaarheid hebt om na te blijven denken over hoe wij antwoorden geven op de vragen van vandaag; en dat zijn niet de antwoorden uit de jaren tachtig.” Hoezo een omdat-het-hoort-applausje, het was een perfect schopje tegen de zere volkse poot van de VVD die aan copy-paste-liberalisme doet. ‘t Gaat wel lekker, ik wil met rust gelaten worden, dus ik ben liberaal; een 1+1=3 redenatie. Het liberalisme is gewoon ingewikkeld, daarom zijn wij ook gebombardeerd tot liberale waakhond, weet de volkse VVD veel.

De VVD is een koekje met een jasje aan, ergens klopt het niet

En als de JOVD te hard aan het liberale jasje gaat trekken, breekt het volkse koekje (zijn ze bang).

Dus waar is het liberalisme bij de VVD? Ja, waar is de NS als je ‘m nodig hebt? Het is er wel, maar met vertraging. Veel Nederlanders houden niet van grote politieke hervorming, hooguit als ze het water aan de lippen staat. Dat er nu eenmaal grotere problemen zijn die niet meer met dat pragmatisme te tackelen zijn, kan de VVD niets aan doen – dat is als raar opkijken van iemand zonder armen die je geen high five teruggeeft. De kortetermijnpragmatist is blind voor de emergentie van complexere problemen die opdoemen door dat pragmatisme, die niet even kortetermijnpragmatisch aan te pakken zijn. Daarvoor moet je op een ideologische partij stemmen, niet op een volkspartij. Dus liberaal trekken moeten we als JOVD zeker. Redden wat er te redden valt, lukt aardig; zie wat ze van ons aannemen op congressen, stemgedrag van de Karinnen en José’s daargelaten. Maar onthoud, het blijven VVD’ers, niet te veel verwachten.

Author

Leave a Comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *