JOVD’er in Brussel: Brussels explained #3

12 april 2023

Leestijd: ca. 3 minuten

Auteur: Erik Sjoers

Voordat we beginnen met het tackelen van deze vrij lastige politieke constructie, eerst een kleine inleiding van deze serie en van mij. Mijn naam is Erik, in het verleden actief geweest voor de Flevolandse afdeling van de JOVD en dit jaar trainee (of op z’n Frans, stagiair) geweest bij het Europees Parlement en de moederpartij.

Noem de studies politicologie, bestuurskunde, European Studies of rechtsgeleerdheid en je beschrijft een eigenschap van de helft van alle JOVD’ers. Deze groep zal ongetwijfeld een vergaand begrip hebben van het fenomenale fenomeen van de EU. Maar omdat iedereen altijd wat leren kan èn er gelukkig ook nog een aantal leden is dat wèl een vak leert (of heeft geleerd), kan iedereen in de komende stukken hopelijk iets wijzer worden wat betreft ons Europa. Deze keer: de Europese integratie.

Wat een prachtig woord hebben ze weer uitgekozen; integratie. Als we de Van Dale erop naslaan, betekent het “het maken van of opnemen in een groter geheel”. Weer zo’n mooie definitie die nog steeds eigenlijk helemaal niets zegt. Maar toch is het een aardige discussie die straks bij de Parlementsverkiezingen in 2024 zal oplaaien: een soort functioneringsgesprek van de EU. 

Sommigen zijn heel tevreden over hoe de Unie presteert en willen haar (Unie is een vrouwelijk woord, daarom refereer ik naar ‘haar’) het liefst zo lang mogelijk in dienst houden. Anderen vinden dat ze wel een promotie verdient: het liefst als CEO, dat past bij haar competenties. Anderen zien haar liever volledig verdwijnen: zij zullen nooit begrijpen waarom ze werd aangenomen en al helemaal niet waarom ze zich steeds meer bemoeit met de manier waarop de rest al jaren werkte.

Die discussie bestaat al sinds het prille begin. In het komende aantal woorden wil ik vooral laten zien dat de ontwikkeling van de EU zeker niet van een leien dakje is gegaan; hoewel er aan het eind van de streep veel is geïntegreerd, is dit niet zonder horten of stoten geweest. 

Daarvoor beginnen we bij het einde van de Tweede Wereldoorlog. In een korte tijd botsten twee grootmachten in Europa – Duitsland en Frankrijk – zo hevig, dat het drie vreselijke oorlogen veroorzaakte (WO 1 en 2, maar ook de Frans-Duitse oorlog in 1870). Dat nooit meer, zeiden veel Europese landen tegen elkaar. Zo ontstond het Schumanplan en de Europese Gemeenschap van Kolen en Staal in 1951: zes landen (Frankrijk, Duitsland, Italië en de Benelux) legden de productie van deze oorlogsmaterialen in de handen van een hogere autoriteit die toezicht kon houden. 

Ondertussen werd er op steeds meer fronten samengewerkt en het Verdrag van Rome in 1957 richtte de Europese Economische Gemeenschap op. Met deze zes landen was er gedoe: in 1965 bijvoorbeeld met ‘de lege-stoelcrisis’. Frankrijk was het niet eens met financieel beleid dat de Commissie presenteerde rondom landbouw en besloot uiteindelijk om geen afgevaardigde meer te sturen naar de Raad (weet je nog van aflevering 1? De groep ministers die samenkomen). Dat betekende een lege stoel èn de EEG die voor zes maanden niet meer goed functioneerde. Uiteindelijk kwam er door het Luxemburgcompromis een doorbraak: als een land verklaart dat een issue een ‘vitaal nationaal belang’ aantast, moeten de onderhandelingen doorgaan totdat er een compromis is gesloten.

Denemarken, Ierland en het Verenigd Koninkrijk waren de eerste landen die mochten aansluiten in 1973. Vooral de toetreding van het VK was bijzonder, omdat zij de vrijhandel binnen de EEG eerst te ver vonden gaan. Hierom richtten ze samen met andere Europese landen de EVA op in 1960: de Europese Vrijhandelsassociatie. Deze regels waren minder streng dan die van de EEG en kunnen worden gezien als tegenreactie. Het bijzondere is dat de EVA, beter bekend als de EFTA in het Engels, nog steeds bestaat met alleen nog IJsland, Liechtenstein, Noorwegen en Zwitserland. Deze landen die nog steeds geen EU-lidstaten zijn, onderhouden zo wel goede handelsrelaties met de EU.

De drie landen die in 1973 aansloten, waren allemaal niet de grootste voorstanders van integratie. Zij zijn ook de landen die het vaakst een ‘opt-out’ kregen, dat in 1993 in het Verdrag van Maastricht is gecodificeerd. Zo weet je vast dat het VK altijd de pond heeft gebruikt als valuta en nooit de Euro, en ook Denemarken heeft nog altijd hun Deense kroon. Ook voor Schengen, het verdrag dat voor vrij verkeer van personen en goederen zorgt, kregen Ierland en het VK een opt-out, tegen het zere been van vrome Europese landen. 

Nederland wordt bijvoorbeeld gezien als één van de aanjagers van de Europese integratie in de geschiedenis. Maar ook hier heeft deze Europese droom een flinke klap te verduren gekregen in 2005: een referendum over ‘de Europese grondwet’. Dat zat zo: deze grondwet zou alle aangenomen verdragen bundelen en daarmee de EU een ‘nationaler karakter’ geven. Maar voor veel Eurosceptici was dit een stap die zij al lang hadden voorspeld en gevreesd: volgens hen kreeg Europa nog meer macht om de lidstaten te ‘overrulen’.

Om de grondwet, wat eigenlijk gewoon een verdrag was, te ratificeren, werden er referenda uitgeschreven in verschillende lidstaten. Dit leek voorspoedig te gaan, totdat twee van ‘the Founding Six’ de grondwet met de grond gelijk maakten: Frankrijk eerst, drie dagen later Nederland. De laatste met maar liefst zestig procent van de stemmen tegen de grondwet. Het ironische is dat de ideeën uit deze grondwet er uiteindelijk toch zijn gekomen, in de vorm van het Verdrag van Lissabon (2007). De tekst werd wat minder ‘grondwettelijk’ gemaakt en uiteraard werd de naam aangepast.

Vandaag de dag gaat de EU ook gebukt onder crises: nu de financiële en Eurocrisis zo goed als ten einde is, gaan we nog steeds gebukt onder de gevolgen van covid. En tegelijkertijd schommelen de vertrouwenspercentages naar een steeds lager punt, zeker door de democratische legitimiteit ervan. Er staan kandidaat-lidstaten te popelen in een steeds langere rij, terwijl andere lidstaten Eurosceptischer zijn dan ooit.

De Unie staat voor uitdagingen. Maar nog steeds heeft ze wat mij betreft laten zien waardevol te zijn voor de uitdagingen die de wereld en Europa tegemoet gaan. 

Author

Leave a Comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *